(een blauwe lucht, de blauwe zee, een blauw shirt)
De lucht is vandaag helemaal blauw.
Zij draagt een blauwe jas naar haar werk.
De zee ziet er vandaag prachtig blauw uit.
Ik koop een blauwe fiets voor mijn verjaardag.
De schilder heeft de muren in een diep blauw geverfd.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(een blauw oog, blauwe plekken op de arm)
Na het ongeluk had hij een blauw oog.
Het kind had blauwe plekken op zijn knieën.
Hij stootte zijn been en kreeg een grote blauwe plek.
Zij sloegen hem bont en blauw in het gevecht.
(blauw zijn van de borrel, helemaal blauw)
Na drie biertjes was hij al aardig blauw.
Zij kwam helemaal blauw thuis van het feest.
Na de bruiloft was iedereen een beetje blauw.
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。