(iemand maakt een vloer schoon met een dweil of borstel)
Elke zaterdag boen ik de keukenvloer.
Hij heeft de gang geboend omdat er modder op lag.
Ik boen de vloer in de badkamer.
Omdat de vloer erg vies was, heb ik hem grondig geboend.
Ik boen de vloer, en daarna poets ik de ramen.
Na het koken boen ik altijd de keukenvloer.
Op school moeten we soms de klasvloer boenen.
Tijdens de grote schoonmaak boenen we alle vloeren in huis.
Na het boenen gebruik ik altijd een dweil om het water op te nemen.
Ze schrobt de vloer met een harde borstel.
Gisteren heb ik de hele gang geboend.
Morgen zal ik de vloer in de hal boenen.
Boen de vloer voordat de gasten komen!
Boen jij vandaag de vloer in de keuken?
Zij boent elke week de houten vloer in de woonkamer.
Hij boent de vloer altijd met veel zorg.
Hij heeft de vloer geboend tot hij blonk als een spiegel.
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。