(iemand brengt een bericht van de ene persoon naar de andere)
De boodschapper bracht het nieuws van de koning naar het dorp.
In vroeger tijden waren boodschappers heel belangrijk.
De boodschapper levert vandaag een belangrijk bericht af.
De boodschapper bracht het pakje, maar hij vergat de brief.
Elke dag fietst de boodschapper door de buurt om pakjes te bezorgen.
De boodschap die de boodschapper overbracht, was van groot belang.
De boodschapper heeft het bericht veilig afgeleverd.
De boodschapper komt elke ochtend met de post.
Hij rende als een boodschapper die het nieuws van de overwinning moest verspreiden.
De boodschapper, die al jaren voor de familie werkt, kent alle adressen uit zijn hoofd.
De koerier, oftewel de boodschapper, was te laat met zijn levering.
De boodschapper zal morgen het antwoord overbrengen.
Op kantoor fungeert Jan als boodschapper tussen de afdelingen.
Stuur de boodschapper onmiddellijk naar het kasteel!
De boodschapper bracht gisteren het nieuws naar het stadhuis.
Is de boodschapper al gearriveerd?
Tijdens het feest werd Marie als boodschapper aangewezen om de uitnodigingen te verspreiden.
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。