(iemand die branden bestrijdt en mensen redt)
De brandweerman klom de ladder op om de kat te redden.
Tijdens de oefening sprongen drie brandweermannen uit de wagen.
Toen de brandweerman aankwam, die al jaren ervaring heeft, begon hij meteen met blussen.
De brandweerman zal morgen een demonstratie geven op school.
De brandweerheld redde gisteren een hele familie uit het vuur.
Is die brandweerman nieuw bij de kazerne?
De brandweerauto reed met loeiende sirenes naar de brand.
Gisteren heeft de brandweerman een kind uit een brandend huis gered.
Die brandweerman heeft echt een hart van goud.
De brandweerman draagt een helm voor zijn veiligheid.
De brandweerman rent naar de brand.
De brandweerman blust de brand, en hij redt ook de bewoners.
Brandweerman, kom snel!
De brandweerman is heel dapper.
De brandweerman drinkt koffie na zijn dienst.
Op school leren kinderen over het werk van een brandweerman.
Tijdens het feest vertelde de brandweerman spannende verhalen over zijn avonturen.
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。