(Kleuren van kleding, haar of spullen beschrijven.)
Ik heb een bruine jas gekocht voor de winter.
Haar ogen zijn donkerbruin, net als die van haar moeder.
De tafel is van bruin hout.
Hij draagt een bruine broek bij zijn witte overhemd.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(Praten over zonnen of een vakantie in de zon.)
Na twee weken in Spanje was ze helemaal bruin.
Hij wordt snel bruin als hij in de zon zit.
Mijn armen zijn lekker bruin geworden op vakantie.
Ze is bruiner dan ik, want zij ligt altijd in de zon.
(Koken en bakken in de keuken.)
Bak de uien tot ze mooi bruin zijn.
De koekjes moeten lichtbruin uit de oven komen.
Het brood is lekker goudbruin gebakken.
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。