(studenten en docenten zijn op de campus aanwezig)
De studentenwoningen liggen vlak bij de campus.
Elke ochtend fietst hij in tien minuten naar de campus.
Tussen de colleges door ontspan ik graag op een bankje op de campus.
De universiteitsgebouwen, ook wel de campus genoemd, zijn goed onderhouden.
Kom direct naar de campus voor de open dag!
De campus bruist van het leven tijdens het academisch jaar.
Ik loop elke dag over de campus naar mijn collegezaal.
De campus is groot, maar er zijn weinig bomen.
Docenten parkeren hun auto meestal aan de rand van de campus.
Is de mensa ook op de campus?
De bibliotheek bevindt zich op de campus.
Tijdens de introductieweek leren nieuwe studenten de campus goed kennen.
Vorig jaar was de campus nog kleiner.
Volgend jaar zal de campus uitgebreid worden met een nieuw sportcentrum.
De campus, die vorig jaar gerenoveerd is, trekt veel internationale studenten aan.
De campus is erg groot.
Op de campus vind je verschillende faculteiten.
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。