(eten of drinken met cacao als ingrediënt)
Ik lust graag een kop warme chocolademelk.
Voor haar verjaardag maakte ze een chocoladetaart.
Zij houdt van pure chocolade.
Deze taart is zo zoet als chocolade, maar het is eigenlijk karamel.
Gisteren at ik een chocoladereep tijdens de pauze.
De chocolade, die mijn oma altijd meeneemt, smelt snel in de zon.
Deze cacaoboon is de basis voor alle chocolade.
Na het hardlopen eet ik altijd een blokje chocolade voor energie.
Ik eet graag een stukje chocolade na het eten.
Ze gaf me een bonbon, een soort gevulde chocolade.
Heb je ooit witte chocolade geproefd?
Hij koopt een reep chocolade in de supermarkt.
Tijdens de koffiepauze op kantoor delen we vaak chocoladekoekjes.
Chocolade is lekker, maar te veel is niet gezond.
Voor Sinterklaas krijgen kinderen vaak chocoladeletters.
Morgen zal ik een chocolademousse maken voor het dessert.
Neem een stukje chocolade als je trek hebt!
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。