(iemand praat over zijn of haar geloof)
Mijn buurman is een christen en gaat elke zondag naar de kerk.
Veel christenen vieren met Kerstmis de geboorte van Jezus.
Mijn vriend is een christen.
Op school leren we over verschillende religies, waaronder wat het betekent om een christen te zijn.
Hij is een gelovige, net zoals andere christenen.
Zij leeft volgens het geloof, zoals een goede christen betaamt.
Hij is een christen, en hij bidt elke dag.
Tijdens het kerstfeest komen veel christenen bij elkaar om de geboorte van Jezus te vieren.
Als christen probeert zij haar geloof dagelijks in praktijk te brengen.
Wees respectvol tegen elke christen die je ontmoet.
De vrouw, die een toegewijde christen is, leest elke avond in de Bijbel.
Als hij volwassen is, zal hij een actieve christen zijn.
Toen hij jong was, werd hij een christen.
Zij is een christen en gaat vaak naar de kerk.
Elke zondagochtend gaat mijn buurvrouw, een christen, naar de kerkdienst.
Mijn tante is een christen.
Ben jij een christen?
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。