(technologie of apparaten die met nullen en enen werken)
Deze camera maakt foto's in digitaal formaat.
Sinds vorig jaar is de televisie volledig digitaal.
Deze school gebruikt digitaal lesmateriaal.
Op mijn werk maken we gebruik van digitale handtekeningen.
Het boek, dat in digitaal formaat beschikbaar is, kan je op je tablet lezen.
Mijn telefoon is digitaal.
Het digitale tijdperk heeft veel veranderingen gebracht.
De klok is digitaal, en hij werkt heel precies.
Met een digitale agenda kun je je afspraken makkelijk beheren.
Ik lees mijn krant liever in digitaal formaat op mijn tablet.
Zet de digitale wekker voor zeven uur.
Tijdens de vergadering presenteerden we alles digitaal.
In de toekomst zal alles digitaal zijn.
Deze fotograaf werkt alleen met digitale camera's.
Gebruik je een digitaal of een analoog toestel?
Vroeger was alles analoog, maar nu is het digitaal.
Ik gebruik een digitaal horloge.
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。