(iemand staat voor een lastige keuze)
Ik sta voor het dilemma: studeren of gaan werken.
Het is een groot dilemma of we wel of niet moeten verhuizen.
Heb jij ook zo’n dilemma waar je maar niet uitkomt?
Hij heeft een dilemma omdat hij niet weet of hij de waarheid moet vertellen.
Ze heeft een dilemma, want ze wil zowel haar familie bezoeken als haar werk afmaken.
De tweestrijd tussen haar hart en verstand maakt het dilemma alleen maar groter.
Het dilemma, waar hij al weken mee worstelt, is of hij zijn huidige baan moet opzeggen voor een onzeker avontuur in het buitenland.
Het keuzeprobleem waar ze mee zit, is bijna niet op te lossen.
Vorig jaar had ik het dilemma of ik mijn studie zou afmaken of een jaar zou reizen.
Tijdens het feestje ontstond er een dilemma: zou ik blijven of naar huis gaan omdat ik me niet goed voelde?
Elke ochtend sta ik voor het dilemma of ik de fiets neem of met de tram ga.
Volgende maand zal ik voor een groot dilemma staan: trouwen of mijn carrière voorrang geven.
Ik sta voor een dilemma nu ik moet kiezen tussen twee even aantrekkelijke banen.
Ons team staat voor het dilemma of we het project nu afronden of wachten op extra financiering.
Bespreek je dilemma met iemand die je vertrouwt.
Ik heb een dilemma: ga ik naar de dokter of wacht ik nog even?
Hij zit echt tussen twee vuren met dit dilemma.
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。