(wonen in een dorp)
Mijn oma woont in een klein dorp in Friesland.
Het dorp heeft een kerk, een school en een kleine supermarkt.
Ik ga dit weekend naar het dorp van mijn ouders.
Het dorp ligt tussen de velden en de rivier.
Vroeger woonden er maar tweehonderd mensen in dit dorp.
We zijn door allerlei kleine dorpen in Limburg gereden.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(het hele dorp weet het)
In dit bedrijf kent iedereen elkaar, het is net een dorp.
Het hele dorp was op de bruiloft van de burgemeester.
Deze wijk voelt als een dorp in de grote stad.
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。