Ik wil dossen met mijn vrienden.
Hij is dossend in het park.
De dossende groep maakt veel lawaai.
ik
Ik dos vaak in mijn vrije tijd.
jij / je
Jij dost altijd met veel plezier.
u
U dost heel goed.
hij
Hij dost ook mee.
zij / ze
Zij dost en heeft er plezier in.
het
Het dost goed buiten.
wij / we
Wij dossen samen in de tuin.
jullie
Jullie dossen iedereen in de buurt.
Ik doste gisteren met mijn vrienden.
Wij dosten vorige week.
Ik heb gedost in de zomer.
Dos de kussens op de bank!
Dat jij dossen mag!
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。