(iemand noemt zijn vrouw in formele of persoonlijke situaties)
Mijn echtgenote werkt als lerares op een basisschool.
De koning vergezelde zijn echtgenote tijdens het staatsbezoek.
Mijn echtgenote houdt van koken, en ze maakt vaak Nederlandse gerechten.
Mijn echtgenote en ik gaan elke zondag wandelen in het park.
Mijn vrouw, oftewel mijn echtgenote, is dokter.
Mijn echtgenote, die uit Amsterdam komt, houdt van fietsen door de stad.
Op het feest dansten mijn echtgenote en ik de hele avond.
Mijn echtgenote is mijn rots in de branding.
Mijn echtgenote houdt van koken.
Tijdens de vergadering sprak mijn echtgenote over haar project.
Mijn echtgenoot en echtgenote zijn allebei leraren.
Mijn echtgenote zal morgen naar de markt gaan.
Stel je echtgenote voor aan de gasten.
Mijn echtgenote heet Anna.
Mijn echtgenote leest elke avond een boek.
Mijn echtgenote werkte vroeger in een ziekenhuis.
Hoe heet jouw echtgenote?
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。