(Tijdens het spreken even moeten nadenken.)
Ik woon in, eh, Utrecht, geloof ik.
Hij heet, eh, hoe heet hij ook alweer?
Ik zou graag, eh, een kopje koffie willen.
We hebben elkaar ontmoet op, eh, die verjaardag van Marieke.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(Je hebt iemand niet goed verstaan.)
Eh? Wat zei je net?
Eh, kun je dat nog een keer zeggen?
Eh? Kun je dat nog eens herhalen, ik heb het niet gehoord.
(Je bent verrast of kunt iets niet geloven.)
Eh, meen je dat nou echt?
Eh, dat wist ik helemaal niet.
Eh, heb jij dat echt helemaal alleen gedaan?
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。