(aanwezig zijn bij iets dat gebeurt)
Ik was erbij toen hij zijn eerste woordjes sprak.
Kom je morgen ook naar de vergadering, of ben je er niet bij?
Iedereen was erbij op de bruiloft.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(iets wat je toevoegt of extra krijgt)
Bij dit gerecht krijg je een glas wijn erbij.
Wil je een broodje met kaas en een beetje sla erbij?
Bij de koffie krijg je een koekje erbij.
(meedoen met een groep)
Kom je er gezellig bij zitten?
Er zijn twee nieuwe collega's bij gekomen.
Er is vorige week een nieuwe buurman bij gekomen.
(iemand wordt op heterdaad betrapt)
Als mama dit ziet, ben je erbij!
De dief was erbij voordat hij kon wegrennen.
Als de leraar dit merkt, zijn we er echt bij.
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。