(naar werk of school rijden)
Hij fietst elke dag naar zijn werk in de stad.
Tijdens het weekend gaan we vaak fietsen in het park.
Ik fiets door de regen naar college.
Gisteren fietste hij ruim een uur door de stad.
We zijn vanmorgen samen naar school gefietst.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(recreatie en vrije tijd)
We maken een lange fietstocht door de natuur.
Fietsen is een gezonde manier om in beweging te blijven.
Op zondag fietsen we graag door de polder.
Zullen we morgen een stukje fietsen?
(dagelijks woon-werkverkeer zonder auto)
In Amsterdam zie je veel mensen die fietsen als hun belangrijkste vervoer gebruiken.
Zij verkoopt haar auto en begint alleen nog maar te fietsen.
Veel collega's fietsen naar kantoor om de file te vermijden.
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。