NEDERLANDS
🇨🇳
  • Fles(de)
    普通名词houder voor vloeistoffen
  • Flessen
    动词iets in flessen doen een baby

Flessen

动词

助动词

hebben

hebben; trans,intrans

Informeel woord dat vooral in spreektaal wordt gebruikt; in formele teksten kies je eerder 'oplichten' of 'bedriegen'.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Gebiedende wijs

例句

  • Hij probeert me te flessen met een valse factuur.

    tegenwoordige tijd, aantonend

  • We zijn bij de autoverhuur flink geflest.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonend

继续学习

我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。