Ik hou van gekken.
Zij is gekkend in haar ideeëen.
De gekkende mensen lachen hard.
ik
Ik ben gek.
jij / je
Jij bent gek.
u
U bent gek.
hij
Hij is gek.
zij / ze
Zij is gek.
het
Het is gek.
wij / we
Wij zijn gek.
jullie
Jullie zijn gek.
Ik gekte gisteravond.
Jij gekte eerder vandaag.
U gekte afgelopen week.
Hij gekte in de klas.
Zij gekte op het feest.
Het gekte niet vaak.
Wij gekte samen.
Jullie gekte toen het regende.
Zij gekten als vrienden.
Hij is gegekt tijdens de vergadering.
Als ik maar een gekke kon zijn.
Wees gek!
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。