(een auto of fietser maakt een onverwachte beweging)
De auto maakte een gier en reed bijna de sloot in.
Hij verloor de controle en maakte een gier met zijn fiets.
De scooter maakte een plotselinge gier en viel bijna om.
De auto maakte een zwenking om het obstakel te ontwijken.
De fietser maakte een gier om de plas te ontwijken.
Op de kermis maakte de botsauto een rare gier toen hij werd geraakt.
Toen de bestuurder het hert op de weg zag, maakte hij een gier die bijna tot een ongeluk leidde.
De auto maakte een gier, want de weg was glad.
De plotselinge beweging van de fiets zorgde voor een valpartij.
Maakte de auto een gier voordat hij slipte?
Tijdens de rijles leerde hij hoe hij een gier kon voorkomen.
Ik moest een gier maken toen er plotseling een kat overstak.
Als je niet oppast, zal je fiets een gier maken op het ijs.
De coureur maakt een scherpe gier in de bocht.
Maak geen gier op deze natte weg!
De motorrijder maakte een gier om de kuil te vermijden.
Hij nam een scherpe bocht alsof zijn leven ervan afhing, een echte gier!
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。