Ik wil graag gissen wat het antwoord is.
ik
Ik gis altijd als ik het niet zeker weet.
jij / je
Gis jij ook over de antwoorden?
u
Gist u misschien over het juiste antwoord?
hij, zij / ze, het
Hij gists vaak over de uitkomst van het spel.
wij / we
Wij gissen samen wat het zou kunnen zijn.
jullie
Gissen jullie ook over de winnaar?
Ik giste vroeger vaak over de toekomst.
Giste jij gisteren over het resultaat?
Giste u ooit over de vorige verkiezingen?
Zij giste dat ze dat al eerder had gehoord.
Wij gisten vaak samen over de laatste nieuwsitems.
Gisten jullie over het nieuwe boek?
De antwoorden zijn gegist door de deelnemers.
Gissend over het juiste antwoord, kwamen ze tot een conclusie.
De gissende deelnemers maakten het spel spannender.
Ik hoop dat je gisse wat het juiste antwoord is.
GIS nu je antwoord!
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。