hebben
werkwoord
Ik wil graven in de tuin.
De kinderen zijn gravend aan het spelen.
De gravende dieren zochten naar voedsel.
ik
Ik graaf een gat voor het planten van een boom.
jij / je, u
Jij graaft in de tuin.
wij / we, jullie
Wij graven een put om regenwater op te vangen.
Ik groef een groot gat in de tuin.
wij / we
Wij groeven samen in het zand.
De put is gegraven door de aannemer.
Ik wens dat jij grave naar het verleden.
jij / je
Graaf die plek op!
u
Graaf de aarde voorzichtig.
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。