(kleur)
Het gras in het park is weer lekker groen.
Zij draagt een groene jurk naar het feest.
De bomen worden weer groen in april.
Het stoplicht werd eindelijk groen en we konden doorrijden.
Ik heb een groene fiets gekocht in de uitverkoop.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(milieu)
Wij kiezen voor groene stroom uit zonnepanelen.
De stad wil groener worden met meer parken.
Ons bedrijf investeert flink in groene technologie.
(ervaring)
Hij is nog groen in deze baan en moet veel leren.
Als nieuwe collega ben je in het begin altijd een beetje groen.
Als stagiair ben je nog groen achter de oren.
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。