助动词
hebben
onovergankelijk, regelmatig (met uitzondering van betekenis 'happen' als 'snappen' of 'bijten')
Het werkwoord 'happen' betekent letterlijk 'bijten' of 'snappen', maar wordt in informele context ook gebruikt om aan te geven dat iemand snel reageert op iets (bijv. een aanbod of grap).
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u, wij / we, jullie
hij, zij / ze, het
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
例句
Wat gebeurt er als je naar die grap hapt?
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij hapte naar het snoep dat ik hem aanbood.
verleden tijd, aantonende wijs
Als je naar dat aanbod hapt, krijg je misschien spijt.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Hap niet naar alles wat ze zeggen!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。