(leerlingen maken opdrachten buiten schooltijd)
De leraar gaf veel huiswerk voor het weekend.
Ik ben mijn huiswerk vergeten mee te nemen naar school.
Ik maak elke dag mijn huiswerk.
Ik heb een taak voor Nederlands die ik thuis moet doen.
Als ik mijn huiswerk af heb, mag ik televisie kijken.
Tijdens de les bespreken we het huiswerk van gisteren.
Ik zit tot over mijn oren in het huiswerk deze week.
Ik doe mijn huiswerk, en daarna speel ik buiten.
De opdracht die we thuis moeten maken, is erg moeilijk.
Ik doe mijn huiswerk na het avondeten.
We praten over ons huiswerk tijdens de pauze.
Ik moet mijn huiswerk nog afmaken voordat ik naar bed ga.
Ik heb mijn huiswerk al gemaakt.
Morgen zal ik mijn huiswerk op tijd inleveren.
Heb je je huiswerk al af?
Maak je huiswerk voordat je gaat spelen!
Gisteren heb ik mijn huiswerk niet afgemaakt.
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。