(iemand woont of verblijft in een gehuurde woning)
De huurder betaalt elke maand 800 euro aan de verhuurder.
Als huurder heb je recht op een goed onderhouden huis.
De huurder betaalt de huur op tijd, maar hij heeft soms klachten over het onderhoud.
Als huurder moet je je aan de regels van het huurcontract houden.
De bewoner, oftewel de huurder, heeft een klacht ingediend over geluidsoverlast.
De huurder zit met de handen in het haar omdat de verhuurder niets aan de lekkage doet.
De huurder heeft een contract getekend.
Tijdens de studententijd was ik huurder van een klein kamertje in Amsterdam.
De huurovereenkomst is ondertekend door zowel de huurder als de verhuurder.
Omdat de huurder al vijf jaar in het appartement woont, heeft hij recht op huurbescherming.
Is de huurder verantwoordelijk voor kleine reparaties?
De huurder maakt elke maand een afspraak met de verhuurder voor de inspectie.
De huurder doet elke week boodschappen bij de supermarkt om de hoek.
De huurder heeft recht op een veilige en schone woning.
De nieuwe huurder zal volgende maand intrekken.
Huurder, meld schade altijd direct aan de verhuurder!
De vorige huurder heeft de woning netjes achtergelaten.
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。