(school en onderwijs)
De juffrouw leest de kinderen elke dag een verhaaltje voor.
Mijn dochter vindt haar nieuwe juffrouw heel aardig.
De juffrouw staat voor de klas.
De juffrouw legt de som nog een keer rustig uit.
Op deze school werken vijf juffrouwen en twee meesters.
Mijn juffrouw van groep vier woont nu in Spanje.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(beleefd iemand aanspreken)
Juffrouw, kunt u mij de weg naar het station wijzen?
De juffrouw achter de balie hielp ons vriendelijk verder.
Juffrouw, mag ik u iets vragen?
Het juffrouwtje van de bakkerij kent iedereen bij naam.
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。