Ik wil leren kaderen in mijn schilderijen.
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie
De kunstenaar is bezig met kaderend werk in de galerie.
Het kaderende idee is interessant voor het project.
Het ontwerp is goed gekaderd voor de presentatie.
Kader de tekst netjes in op de pagina.
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
Hij kaderde zijn schilderij met veel aandacht.
wij / we, jullie
Wij kaderden de afbeeldingen voor onze presentatie.
Als je het kunt, kadere dan de tekst mooi.
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。