Ik hoop te leren kampen in de natuur.
De mensen zijn kampend aan het meer in de zomer.
De kinderen zijn kampende in de tuin.
ik
Ik kamp dit weekend met vrienden.
jij / je
Jij kamp vandaag in het bos.
u
U kamp vandaag met uw gezin.
hij
Hij kampt vaak in de bergen.
zij / ze
Zij kampte vorig jaar veel.
het
Het kampt vaak met slecht weer.
wij / we
Wij kampen deze zomer in Frankrijk.
jullie
Jullie kampen elke vakantie samen.
Ik kampte vorig jaar met zware regen.
Jij kampte met de kwaliteit van het eten.
U kampte een maand geleden met problemen.
Hij kampte al vroeg in zijn leven.
Zij kampte in het afgelopen zomerkamp.
Het kampte altijd met te veel bezoekers.
Wij kampten samen in de bossen.
Jullie kampten fantastisch afgelopen weekend.
Zij kampten eerder in dat jaar.
Wij hebben gekampt in heel Nederland.
Het is beter dat hij kampe deze zomer.
Kamp hier voor de nacht!
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。