(op vakantie in de natuur of op een camping)
We gaan deze zomer twee weken kamperen in Frankrijk.
Ik heb als kind vaak gekampeerd met mijn ouders.
Wij kamperen het liefst dicht bij het strand.
Vorig jaar kampeerden we in de Ardennen.
Ze hebben nog nooit in een tent gekampeerd.
Hij kampeert elk weekend met zijn vrienden.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(informeel, als je geen echt bed hebt)
Tijdens de verbouwing kamperen we in de woonkamer.
De studenten kampeerden een nacht voor de kaartverkoop.
Ik kampeer vannacht even op je bank, als dat mag.
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。