(naar kantoor gaan, op kantoor werken)
Ik werk elke dag op kantoor.
Het kantoor ligt dicht bij het station.
Vandaag werk ik thuis en niet op kantoor.
Om negen uur moet ik op kantoor zijn.
De kantoren werden gesloten tijdens de verbouwing.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(advocatenkantoor, notariskantoor)
Zijn advocatenkantoor heeft vestigingen in meerdere steden.
Het kantoor is gespecialiseerd in belastingrecht.
Zij werkt bij een klein advocatenkantoor in Utrecht.
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。