(Tijdens de feestdagen aan het einde van het jaar.)
Met kerst gaan we altijd naar mijn ouders eten.
Ik wens je een hele fijne kerst en een gelukkig nieuwjaar.
Wat doe je met kerst?
Vorig jaar hebben we kerst bij mijn schoonouders gevierd.
Veel winkels zijn met kerst gesloten of hebben aangepaste openingstijden.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(De gezellige weken voor en tijdens de feestdagen.)
In de stad hangt het al volop in het teken van kerst.
Wij beginnen pas in december aan de kerst te denken.
De hele straat is versierd voor kerst.
Na kerst halen we de boom meteen weer weg.
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。