(familierelatie binnen een gezin)
Mijn kleindochter is vorige week vijf jaar geworden.
Oma past elke dinsdag op haar kleindochter.
Mijn kleindochter speelt graag in het park.
Breng je kleindochter volgende keer mee!
Mijn kleindochter vierde gisteren haar verjaardag.
Heb je je kleindochter al gezien deze week?
Onze kleindochter komt vaak bij ons logeren.
Mijn kleindochter zal volgende maand naar school gaan.
Elke zondag lunchen we met onze kleindochter.
Mijn kleindochter houdt van tekenen.
Tijdens de ouderavond vertelde de juf over de voortgang van mijn kleindochter.
Onze kleinkinderen, waaronder onze kleindochter Lisa, zijn erg creatief.
Mijn kleindochter houdt van tekenen, en ze is er heel goed in.
Op het familiefeest danste mijn kleindochter met al haar nichtjes.
Mijn kleindochter is het zonnetje in huis.
Mijn kleindochter, die in Amsterdam woont, komt dit weekend op bezoek.
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。