(iets wat in plakken of vellen op elkaar ligt)
Op de auto ligt een dikke laag sneeuw.
De schilder bracht twee lagen verf aan.
Er ligt een laag stof op de kast.
Doe nog een laagje boter op je brood.
De taart bestaat uit drie lagen met slagroom ertussen.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(sociale klassen of groepen)
Het feest trok mensen uit alle lagen van de bevolking.
De rijkste laag betaalt naar verhouding weinig belasting.
Mensen uit alle lagen van de maatschappij kwamen naar de demonstratie.
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。