(spullen of geld tijdelijk gebruiken)
Mag ik je pen even lenen?
Ik heb dat boek van de bibliotheek geleend.
We hebben een tent geleend voor het kamperen.
Ik leen vaak boeken bij de bibliotheek.
Gisteren leende ik geld van mijn zus.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(iets aan een ander uitlenen)
Mijn broer leent mij dit weekend zijn auto.
De bank leent geld aan mensen die een huis willen kopen.
Ik leen mijn fiets nooit aan vreemden uit.
De bank leent alleen geld aan mensen met een vast inkomen.
(iets past goed bij een bepaald doel)
Deze zaal leent zich goed voor een vergadering.
Het boek leent zich perfect voor een filmversie.
Deze ruimte leent zich uitstekend voor een feest.
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。