NEDERLANDS
🇨🇳

Lenzen

动词

助动词

hebben

regelmatig werkwoord

Het werkwoord 'lenzen' wordt specifiek gebruikt in de context van het dragen van contactlenzen. Het is een modern werkwoord en komt minder vaak voor in traditionele teksten.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

例句

  • Ik lens mijn ogen elke dag omdat ik geen bril wil dragen.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Heb je ooit je ogen gelensd?

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Lens je ogen niet als je moe bent, dat is niet goed voor ze.

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Als hij zijn ogen zou lenzen, zou hij beter kunnen zien tijdens het autorijden.

    onvoltooid verleden toekomende tijd, aantonende wijs

我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。