(wanneer iemand iets zegt dat niet klopt met de werkelijkheid)
Hij vertelde een leugen tegen zijn ouders over waar hij gisteravond was.
De politicus werd betrapt op een leugen tijdens het debat in de Tweede Kamer.
Dat is een leugen!
Mijn broertje vertelt soms kleine leugens om geen straf te krijgen.
Ze ontdekte zijn leugen pas toen ze de berichten op zijn telefoon zag.
De krant heeft jarenlang leugens over die familie verspreid.
Wat een leugen, zeg, geloof daar maar niks van!
Welke zin inspireerde dit schilderij?
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。