(iemand slaapt tijdelijk bij iemand anders thuis)
De kinderen logeren dit weekend bij hun oma.
Toen ik in Amsterdam was, heb ik bij een vriend gelogeerd.
Zij logeert dit weekend bij haar beste vriendin.
Hij logeert elke zomer bij zijn opa in Friesland.
Hij logeert hier alsof hij thuis is.
Logeer hier vannacht als je wilt!
Ze verblijft tijdelijk bij haar zus omdat haar huis gerenoveerd wordt.
Mijn nicht logeert bij ons, en ze blijft een hele week.
Vorige week heeft mijn broer bij mij gelogeerd.
Ik logeer vanavond bij mijn zus.
We hebben een logeerkamer waar onze gasten kunnen slapen.
Als je naar Groningen gaat, kun je bij mij logeren.
Toen ik in Utrecht studeerde, logeerde ik vaak bij een vriendin omdat mijn eigen kamer te klein was.
Logeer je volgende maand bij je tante?
Toen we uitgingen in de stad, hebben we bij vrienden gelogeerd om niet te hoeven rijden.
Voor het congres logeerde ik in een hotel, maar ik heb ook een nacht bij een collega gelogeerd.
Tijdens de vakantie logeer ik altijd bij mijn ouders.
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。