助动词
hebben
Scheidbaar werkwoord, onregelmatig in verleden tijd en voltooid deelwoord.
Kan zowel letterlijk (fysiek iets loslaten) als figuurlijk (emoties of gedachten loslaten) gebruikt worden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
例句
Ik laat mijn stress los door te mediteren.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij liet de hond los in het bos.
verleden tijd, aantonende wijs
Wij hebben de ballonnen losgelaten tijdens het feest.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Laat die vaas los voordat je hem laat vallen!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Het is belangrijk dat zij haar perfectionisme laat los.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。