(kinderen of volwassenen noemen hun moeder zo)
Mijn ma maakt de lekkerste pannenkoeken.
Ik ga vanavond bij mijn ma eten.
Mijn ma is vandaag jarig.
Op het feestje stelde ik mijn vrienden voor aan mijn ma.
Mijn ma en oma gaan vaak samen winkelen.
Mijn ma en pa gaan samen op vakantie.
Tijdens de ouderavond sprak ik met de juf van mijn kind en vertelde ik over mijn ma.
Mijn moeder, of zoals ik haar noem: mijn ma, is heel lief.
Mijn ma is de beste van de wereld, ze is echt een engel!
Heb je je ma al gebeld?
Mijn ma, die altijd vroeg opstaat, maakt het ontbijt klaar.
Mijn ma houdt van tuinieren.
Mijn ma heeft gisteren soep gemaakt.
Ik zal mijn ma morgen helpen met tuinieren.
Ik bel mijn ma elke zondag.
Bel je ma even!
Ik ga straks boodschappen doen met mijn ma.
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。