Ik wil graag leren meuren.
De kat is meurend in de keuken.
De meurende lucht komt uit de oven.
Het huis heeft een sterke geur gemeurd.
De hond is meurend door de wijk.
ik
Ik meurde in de tuin gisteren.
wij / we, jullie, zij / ze
Zij meurden bij het kampvuur tijdens de avond.
Als ik een kok was, zou ik meure met kruiden.
Meur het deeg goed!
Meurt eerst de uien voordat je verder kookt.
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。