Ik wil graag monden in het Nederlands leren.
Hij is mondend over zijn ideeën.
De mondende deelnemer heeft veel te zeggen.
Ik zie hem mondend in de discussie.
ik
Ik mondde vroeger veel in het theater.
jij / je
Jij mondde alles heel duidelijk.
hij
Hij mondde in de vergadering.
wij / we
Wij mondden over verschillende onderwerpen.
jullie
Jullie mondden veel tijdens de discussie.
Ik ben mondend bezig met dit project.
Als hij maar zou monde zoals hij dat kan.
Mond eerst de hoeken goed af!
De vergadering is gemond tot een einde.
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。