(iets of iemand bevindt zich dichtbij)
Het station ligt nabij het centrum van de stad.
De supermarkt is nabij ons huis, dus we lopen er altijd heen.
Vorig jaar woonde ik nabij de universiteit.
Het nabijgelegen bos is perfect voor een wandeling.
Het park is nabij, en het is erg mooi.
Ons kantoor is nabij het treinstation, wat handig is voor forenzen.
Blijf nabij tijdens de wandeling.
Het restaurant, dat nabij ons hotel ligt, serveert heerlijk eten.
Hij woont hier vlakbij, dus we zien elkaar vaak.
De school is nabij.
We zullen nabij het strand een huis huren.
Mijn vriend woont nabij het museum.
We ontmoeten elkaar nabij het café voor een kopje koffie.
Is de apotheek nabij?
De speeltuin is nabij, dus de kinderen kunnen er gemakkelijk spelen.
De dichtstbijzijnde winkel is vlakbij ons huis.
De bakkerij is nabij de kerk.
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。