(Iemand wil niet meer doorgaan met een taak of doel.)
Ik geef het niet op, ook al is het heel moeilijk.
Na drie mislukte pogingen heeft hij het opgegeven.
Geef nooit op.
Halverwege de wedstrijd gaf ze op omdat haar knie pijn deed.
Hij heeft zijn studie opgegeven om een eigen bedrijf te starten.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(Je noemt je naam of adres als iemand daarom vraagt.)
Wilt u uw naam en adres even opgeven bij de balie?
Ik heb mijn nieuwe telefoonnummer al opgegeven aan de school.
Je moet je inkomen elk jaar opgeven bij de belastingdienst.
Kunt u uw bankgegevens opgeven zodat we het bedrag kunnen terugstorten?
(Je schrijft je in voor een cursus, toernooi of activiteit.)
Ik geef me op voor de taalcursus die in september begint.
Veertig kinderen hebben zich opgegeven voor het voetbaltoernooi.
Heb jij je al opgegeven voor het uitje van volgende week?
Mijn dochter heeft zich opgegeven voor de zwemles op zaterdag.
(Een docent geeft leerlingen werk mee voor thuis.)
De leraar geeft ons elke week twintig sommen op.
Wat heeft meester Jan voor morgen opgegeven?
De juf geeft veel huiswerk op voor het weekend.
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。