Opschieten
助动词
hebben
onregelmatig werkwoord, scheidbaar samengesteld werkwoord
'Opschieten' betekent zowel 'vooruitgang boeken' als 'haast maken'. Het kan ook gebruikt worden in de betekenis van 'goed kunnen opschieten met iemand' (een goede relatie hebben).
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
例句
Schiet op, anders zijn we te laat!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Ik schiet goed op met mijn huiswerk.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij schoot gisteren flink op met zijn project.
verleden tijd, aantonende wijs
We hebben goed opgeschoten met de voorbereidingen.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Het is belangrijk dat je opschiet met je werk.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。