(in het gezin, tegen of over je eigen vader)
Mijn pa werkt bij de gemeente.
Pa, kun je me even helpen met mijn huiswerk?
Mijn pa is jarig vandaag.
Hé pa, mag ik de auto lenen?
Toen ik klein was, las pa altijd voor het slapengaan.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(wanneer je over vaders en moeders praat)
De pa's en ma's stonden bij het schoolplein te wachten.
Op zondag gaan we altijd bij pa en ma eten.
Veel pa's nemen tegenwoordig ouderschapsverlof op.
We gaan dit weekend logeren bij pa en ma in Groningen.
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。