Passen
助动词
hebben
regelmatig werkwoord
'Passen' kan zowel letterlijk (bijv. kleding passen) als figuurlijk (bijv. aanpassen aan een situatie) gebruikt worden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u, wij / we, jullie
hij, zij / ze, het
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
u
例句
Ik pas mijn nieuwe broek even.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij paste de sleutel in het slot.
verleden tijd, aantonende wijs
We hebben de nieuwe regels gepast.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Pas op voor de hond!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Hoewel het passe, is het niet ideaal.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。