Ik ga pennen.
ik
Ik pen een brief.
jij / je
Jij pen een verhaal.
u
U pent alles netjes op.
hij, zij / ze, het
Hij pent in zijn agenda.
wij / we
Wij pennen onze ideeën op een rij.
jullie
Jullie pennen goed samen.
zij / ze
Zij pennen de notulen.
Ik pende een verslag gisteren.
Jij pende de antwoorden vorig jaar.
U pendde het document eerder.
Hij pende zijn mening.
Wij penden lange brieven.
Jullie penden het verhaal niet goed.
Zij penden hun gedachten op papier.
Ik heb een boek gepend.
Pennend aan tafel, denk ik na.
De pennende student is geconcentreerd.
Laat hij maar penne wat hij voelt.
Pen snel je ideeën op!
Pent het keerpunt op!
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。