(iemand doet aan watersport op een smal board)
Hij plankte de hele middag op het meer.
Zij heeft vorige zomer leren planken in Portugal.
Hij plankt al sinds zijn tienerjaren.
Hij plankte alsof zijn leven ervan afhing.
Volgende zomer zal ik elke dag planken.
Toen de zon onderging, plankten we nog steeds op het rustige water.
Hij surfte de hele middag op zijn board.
Wij plankten vorig weekend op de Noordzee.
Het board gleed soepel over het water terwijl zij plankte.
Plank jij ook weleens op zee?
Ik plank graag op het kanaal.
Tijdens de gymles leerden we over de techniek van het planken.
Zij plankt elke zaterdagochtend op de plas.
We gingen met vrienden planken en picknicken aan het strand.
Hij plankte gisteren, en hij viel een paar keer.
Na het werk ga ik even planken om te ontspannen.
Plank voorzichtig op die golven!
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。