(een radiator verwarmt een ruimte)
De radiator in de woonkamer is lekker warm.
In de winter staan de radiatoren altijd aan.
De radiator is warm, dus de verwarming werkt goed.
In de klas staat een grote radiator onder het raam.
Het verwarmingselement, ook wel radiator genoemd, moet ontlucht worden.
De radiator staat te loeien van de hitte!
De radiator is kapot.
Tijdens het feestje stond de radiator volop aan omdat het buiten vroor.
De thermostaat regelt de temperatuur van de radiator.
De radiator geeft veel warmte af.
Zet de radiator wat lager!
De radiator staat in de hoek van de kamer.
De radiator, die gisteren gerepareerd is, maakt een vreemd geluid.
Is de radiator al warm?
Ik draai de radiator open als ik het koud heb.
Gisteren was de radiator koud.
De radiator zal morgen gerepareerd worden.
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。