Ik wil leren hoe te schijten.
De hond is schijtend in het park.
De schijtende kat veroorzaakt problemen in de tuin.
ik
Ik schijt op de bank in mijn huis.
jij / je, u
Je schijten in het park is ongepast.
Ik scheet gisteren in de auto.
wij / we
Wij scheten tijdens de wandeling.
Hij heeft in zijn broek gescheten van het lachen.
Mochten je schijte, dan zouden de dingen anders zijn.
Schijt nu niet op de vloer!
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。